Wat zijn de 9 Deliveroo criteria voor de handhaving op (zzp) schijnzelfstandigheid?

Wat zijn de 9 Deliveroo-criteria en hoe worden ze gebruikt bij de handhaving op schijnzelfstandigheid? De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties niet alleen op contracten, maar vooral op de praktijk. In dit artikel worden alle criteria helder uitgelegd, inclusief wat ze betekenen voor zzp’ers en opdrachtgevers in 2025 en 2026.
Wat zijn de 9 Deliveroo criteria voor de handhaving op (zzp) schijnzelfstandigheid

De handhaving op schijnzelfstandigheid blijft in 2026 bestaan zoals deze in 2025 al geldt. Dat betekent dat de Belastingdienst ook volgend jaar blijft toetsen of een arbeidsrelatie daadwerkelijk zelfstandig is, of feitelijk neerkomt op loondienst. Hoewel sommige onderdelen van de zogenoemde ‘zachte landing’ zijn verlengd, is de inhoudelijke beoordeling van arbeidsrelaties ongewijzigd.

Bij die beoordeling kijkt de Belastingdienst niet alleen naar wat er op papier staat, maar vooral naar hoe er in de praktijk wordt gewerkt. Centraal daarbij staan de zogenoemde Deliveroo-criteria: negen gezichtspunten die voortkomen uit een belangrijk arrest van de Hoge Raad en die richtinggevend zijn voor de handhaving op schijnzelfstandigheid.

Maar waar komen deze criteria vandaan, en waarom zijn ze zo belangrijk?

Wat is schijnzelfstandigheid?

Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer iemand formeel werkt als zzp’er, maar in de praktijk functioneert als werknemer. Denk aan situaties waarin iemand langdurig voor één opdrachtgever werkt, weinig ondernemersrisico loopt, werkt onder gezag of is ingebed in de organisatie van de opdrachtgever.

In zulke gevallen kan de Belastingdienst oordelen dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. De gevolgen daarvan liggen vooral bij de opdrachtgever, bijvoorbeeld in de vorm van naheffingen loonbelasting en premies, maar ook civielrechtelijke claims kunnen een rol spelen. Daarom is het voor zowel zzp’ers als opdrachtgevers belangrijk om te weten hoe deze beoordeling plaatsvindt.

Het Deliveroo-arrest: waar draait deze zaak om?

De Deliveroo-criteria vinden hun oorsprong in het zogenoemde Deliveroo-arrest van de Hoge Raad van 24 maart 2023. In deze zaak stond de vraag centraal of maaltijdbezorgers die via het platform Deliveroo werkten, daadwerkelijk zelfstandigen waren of eigenlijk werknemers.

Deliveroo had ervoor gekozen om bezorgers niet langer in dienst te nemen, maar te laten werken op basis van opdrachtovereenkomsten. Formeel waren zij zzp’er, factureerden zij per rit en hadden zij vrijheid om in te loggen wanneer zij wilden. Vakbond FNV stelde echter dat de bezorgers in de praktijk werkten als werknemers en dus recht hadden op de bescherming van het arbeidsrecht.

De Hoge Raad gaf FNV gelijk. Volgens de hoogste rechter moet bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie worden gekeken naar alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang. Niet de naam van het contract is doorslaggevend, maar de feitelijke uitvoering van het werk.

Waarom is dit arrest zo belangrijk voor zzp’ers?

In het Deliveroo-arrest heeft de Hoge Raad verduidelijkt welke factoren meewegen bij de vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Daarbij zijn negen gezichtspunten benoemd die sindsdien bekendstaan als de Deliveroo-criteria.

Deze criteria worden inmiddels gebruikt door:

  • de Belastingdienst bij handhaving op schijnzelfstandigheid
  • rechters bij arbeidsrechtelijke procedures
  • opdrachtgevers en intermediairs bij de beoordeling van zzp-opdrachten

De criteria vormen daarmee het belangrijkste toetsingskader voor de vraag: zzp of toch loondienst?

De Deliveroo Criteria

1. De aard en de duur van de werkzaamheden

Dit criterium kijkt naar wat voor werk wordt gedaan en hoe lang. Werkzaamheden die sterk lijken op reguliere functies binnen de organisatie, zoals structurele beleids- of uitvoerende taken, wijzen eerder op een arbeidsovereenkomst. Zelfstandig ondernemerschap past beter bij een duidelijk afgebakende opdracht met een concreet doel of eindresultaat.

Ook de duur speelt mee. Hoe langer iemand onafgebroken voor dezelfde opdrachtgever werkt, hoe meer dat kan duiden op loondienst. Een tijdelijke inzet voor een specifiek project of expertise wijst eerder op zelfstandigheid, zeker als de opdracht niet langer duurt dan noodzakelijk.

2. De wijze waarop de werkzaamheden en werktijden worden bepaald

Een belangrijk onderscheid zit in de mate van vrijheid. Een zelfstandige bepaalt in beginsel zelf hoe het werk wordt uitgevoerd en wanneer. De opdrachtgever mag aangeven wat er moet worden opgeleverd, maar niet sturen op de dagelijkse uitvoering.

Vaste werktijden, verplichte aanwezigheid of gedetailleerde instructies over werkwijze wijzen sneller op gezag en daarmee op loondienst. Dat een locatie vastligt, bijvoorbeeld bij bouw, zorg of overheid, hoeft niet doorslaggevend te zijn. Het gaat vooral om de ruimte die iemand heeft om het werk naar eigen inzicht in te richten.

3. De mate van inbedding in de organisatie

Dit criterium kijkt naar hoe ver iemand is verweven met de organisatie van de opdrachtgever. Hoe meer de opdrachtnemer functioneert als onderdeel van het team, hoe groter het risico op schijnzelfstandigheid.

Signalen van sterke inbedding zijn onder andere:

  • deelname aan vaste overleggen of dagstarts
  • gebruik van een intern e-mailadres
  • meedraaien in reguliere werkprocessen
  • deelname aan teamuitjes of interne trainingen

Een zelfstandige opereert juist herkenbaar als externe: met eigen middelen, een eigen e-mailadres en zonder structurele deelname aan interne processen. Inbedding is belangrijk, maar niet doorslaggevend op zichzelf; het gaat om het totaalbeeld.

4. Verplichting tot persoonlijke uitvoering

Bij zelfstandigheid hoort in principe de mogelijkheid tot vervanging. Een opdrachtnemer moet zich, al dan niet met toestemming, kunnen laten vervangen door iemand met vergelijkbare kwalificaties.

Is vervanging contractueel of feitelijk uitgesloten en moet het werk altijd persoonlijk worden verricht, dan lijkt de relatie meer op loondienst. Tegelijk geldt: vrije vervanging is geen knock-out criterium, maar één van de factoren in het geheel.

5. De totstandkoming van de contractuele afspraken

Hier wordt gekeken naar hoe de overeenkomst tot stand is gekomen. Zelfstandigen onderhandelen doorgaans over tarief, looptijd en opdrachtomschrijving. Wordt een standaardcontract opgelegd zonder ruimte voor onderhandeling, dan kan dat wijzen op een gezagsverhouding.

Ook voorafgaande communicatie telt mee. E-mails, offertes en afspraken laten zien of partijen zich als gelijkwaardige contractspartijen hebben opgesteld of dat de verhouding meer lijkt op werkgever–werknemer.

6. De wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitgekeerd

Een zelfstandig ondernemer bepaalt zelf het tarief of onderhandelt hierover. De beloning wordt gefactureerd, meestal op basis van uren of resultaat, en alleen voor daadwerkelijk verricht werk.

Doorbetaling bij ziekte, vakantie of verlof past eerder bij loondienst. Ook een vast maandelijks bedrag zonder relatie tot prestaties kan een signaal zijn dat de beloning lijkt op salaris.

7. De hoogte van de beloning

Het tarief zelf zegt ook iets. Een zzp-tarief ligt doorgaans hoger dan het bruto uurloon van een werknemer, omdat daarin ondernemersrisico’s en kosten zijn verwerkt, zoals verzekeringen, administratie en periodes zonder werk.

Ligt het tarief dicht bij het interne loongebouw of worden extra kosten apart vergoed (zoals reiskosten naast het tarief), dan kan dat wijzen op een arbeidsovereenkomst in plaats van een all-in ondernemersvergoeding.

8. Commercieel risico (ondernemersrisico)

Een zelfstandige loopt risico. Denk aan:

  • aansprakelijkheid voor fouten of herstelwerk
  • geen inkomen bij ziekte
  • risico op wanbetaling
  • eigen verzekeringen en investeringen

Als deze risico’s grotendeels bij de opdrachtgever liggen, bijvoorbeeld doordat die aansprakelijkheid, verzekering of kwaliteitsverantwoordelijkheid overneemt, wijst dat eerder op loondienst.

9. Gedrag als ondernemer in het economisch verkeer

Tot slot wordt gekeken of iemand zich daadwerkelijk als ondernemer gedraagt. Dat blijkt onder andere uit:

  • meerdere opdrachtgevers
  • eigen acquisitie en marketing
  • een eigen website of zakelijke presentatie
  • eigen bedrijfsmiddelen
  • financiële onafhankelijkheid

Iemand die het grootste deel van zijn omzet bij één opdrachtgever haalt, zich presenteert als medewerker en meedraait onder diens naam, vertoont minder ondernemerschap dan iemand met een brede klantenkring en zichtbare zelfstandige positie.

Het totaalbeeld is doorslaggevend

De Hoge Raad benadrukt dat geen enkel criterium op zichzelf beslissend is. Het gaat om alle omstandigheden in onderlinge samenhang, waarbij de dagelijkse praktijk zwaarder weegt dan wat er op papier staat.

Opdrachtgever en opdrachtnemer zijn samen verantwoordelijk voor een juiste inrichting van de arbeidsrelatie. Werken met een modelovereenkomst kan helpen, maar alleen als de uitvoering daarmee in lijn is. Uiteindelijk geldt: wezen gaat voor schijn.

Zelf langs de punten gaan? De Rijksoverheid heeft hiervoor de online checklist: Het juiste contract online gezet. Je leest daar ook hier meer over op onze website.

Blijf hier op de hoogte van andere veranderingen voor ZZP-ers in 2026!

Wij houden je via deze pagina op de hoogte van eventuele ontwikkelingen.

Bekijk hier alle 500+ openstaande opdrachten bij de overheid (ZZP & deta) en reageer direct!

Wij houden je ook op de hoogte via onze nieuwsbrief en LinkedIn pagina.

Vind jouw nieuwe opdracht binnen onze 500+ openstaande opdrachten

Ik zoek naar een opdracht in

Nieuws

Het laatste nieuws

Opdrachten

Recente opdrachten