Wat de Wet VBAR betekent voor zzp’ers en opdrachtgevers

Wat is de Wet VBAR en het rechtsvermoeden tot €38 per uur? Lees de actuele stand van zaken in 2026 en wat het betekent voor zzp'ers en opdrachtgevers.
Wat de Wet VBAR betekent voor zzp'ers en opdrachtgevers

De Wet VBAR is een van de meest besproken wetsvoorstellen voor zzp’ers en opdrachtgevers. In 2026 is er veel veranderd: een groot deel van het voorstel is geschrapt en alleen het rechtsvermoeden blijft over. In deze blog leggen we uit wat de Wet VBAR precies inhoudt, wat het rechtsvermoeden van werknemerschap betekent, en wat de actuele stand van zaken is. Of je nu zzp’er bent of als opdrachtgever met zelfstandigen werkt, dit zijn de hoofdlijnen die je moet kennen.

Wat is de Wet VBAR?

VBAR staat voor “Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden”. Het oorspronkelijke voorstel bestond uit twee onderdelen:

  • Een toetsingskader dat duidelijker moest maken wanneer iemand werknemer is en wanneer zelfstandige.
  • Een rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers met een laag uurtarief.

In maart 2026 heeft het kabinet besloten het eerste onderdeel, het toetsingskader, te schrappen. Dat deel verhuist naar een nieuwe wet: de Zelfstandigenwet. Het tweede onderdeel, het rechtsvermoeden, blijft wél behouden en wordt als losstaande wet verder behandeld. Dat deel draagt formeel een nieuwe naam: “Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief”.

Belangrijk om te weten: er komt dus geen geïntegreerde Wet VBAR meer. De VBAR is in feite uit elkaar gehaald. Veel mensen zoeken nog op “Wet VBAR”, maar waar het nu echt om draait is het rechtsvermoeden. Daarom gaat de rest van deze blog daarover.

Wat is het rechtsvermoeden van werknemerschap?

Het rechtsvermoeden is een steuntje in de rug voor laagbetaalde zelfstandigen. Het geldt voor zzp’ers met een tarief tot €38 per uur (prijspeil 1 januari 2026, mogelijk nog te indexeren). Verdient een zelfstandige minder dan dat bedrag, dan kan hij of zij zich bij de rechter beroepen op het vermoeden dat er eigenlijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Op dat moment draait de bewijslast om: niet de werkende, maar de opdrachtgever moet dan aantonen dat er wél sprake is van zelfstandig ondernemerschap. Dat beroep kan trouwens niet alleen door de werkende zelf worden gedaan, maar ook door een vertegenwoordiger zoals een vakbond of pensioenuitvoerder.
Het is nadrukkelijk geen minimumtarief. Werken onder de €38 per uur mag gewoon, de regeling maakt het alleen makkelijker voor de werkende om de arbeidsrelatie juridisch te laten toetsen.

Let op: het rechtsvermoeden geldt alleen civielrechtelijk

Het rechtsvermoeden werkt alleen in de relatie tussen werkende en opdrachtgever, bij de civiele rechter, en werkt niet door naar de fiscaliteit of de sociale zekerheid. De Belastingdienst en het UWV toetsen dus niet zelf aan de €38-grens. Zij beoordelen een arbeidsrelatie gewoon op de bekende criteria loon, arbeid en gezag, waardoor een laag tarief niet automatisch tot een naheffing leidt. Pas als een rechter heeft vastgesteld dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, kan de Belastingdienst zich daar vervolgens op beroepen.

Met andere woorden: het rechtsvermoeden geeft de werkende een sterkere positie in een arbeidsrechtelijk conflict, maar verandert niets aan de manier waarop de Belastingdienst de Wet DBA handhaaft.

Wat is er met het toetsingskader gebeurd?

Het verduidelijkingsdeel, dat de criteria voor werknemer versus zelfstandige wettelijk moest vastleggen, is door minister Aartsen geschrapt. Het zorgde volgens het kabinet voor te veel onrust en onduidelijkheid, en wordt vervangen door het toetsingskader uit een nieuw voorstel: de Zelfstandigenwet. Tot die nieuwe wet er is, blijft de beoordeling van arbeidsrelaties gebaseerd op de bestaande rechtspraak, met name het Deliveroo-arrest. Daarbij worden meerdere gezichtspunten tegen elkaar afgewogen, zonder vaste rangorde, en weegt ook het externe ondernemerschap van de zelfstandige mee.

Wat betekent dit voor jou?

Ben je opdrachtgever? Loop je contracten met zzp’ers na, vooral die met een tarief onder de €38 per uur. Zorg dat de samenwerking in de praktijk past bij echt zelfstandig ondernemerschap, zodat je sterk staat als een werkende zich op het rechtsvermoeden beroept. Meer over zorgvuldig inhuren lees je in onze gids over een zzp’er inhuren.

Ben je zzp’er? Werk je voor een laag tarief, dan krijg je straks een sterkere rechtspositie. Wil je als zelfstandige werken, zorg dan dat je je ook echt als ondernemer gedraagt: meerdere opdrachtgevers, eigen investeringen en een reëel tarief. Dat helpt om buiten het rechtsvermoeden te blijven.

En de nieuwe Zelfstandigenwet?

De Zelfstandigenwet moet het geschrapte toetsingskader vervangen en vooraf duidelijkheid geven, in plaats van achteraf. In de plannen wordt gewerkt met toetsen vooraf, zoals een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets, en wordt gekeken naar kenmerken als meerdere opdrachten, vrijwillig zelfstandig werken, zelf je werktijden bepalen en een eigen voorziening tegen arbeidsongeschiktheid. Deze wet wordt op zijn vroegst in 2027 verwacht.

Veelgestelde vragen

Komt er nog een Wet VBAR? Niet als één wet. De VBAR is opgesplitst. Het toetsingskader is geschrapt en gaat op in de nieuwe Zelfstandigenwet. Alleen het rechtsvermoeden gaat als aparte wet door. Dat deel is op 21 april 2026 door de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu bij de Eerste Kamer, met als beoogde ingangsdatum 1 januari 2027.

Wat is de €38-grens precies? Verdient een zzp’er minder dan €38 per uur (prijspeil 1 januari 2026), dan kan hij of zij zich bij de rechter beroepen op het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst.

Krijg ik een naheffing van de Belastingdienst als ik onder €38 betaal? Nee, niet automatisch. Het rechtsvermoeden geldt alleen civielrechtelijk. De Belastingdienst toetst gewoon op loon, arbeid en gezag.

Is €38 een minimumtarief? Nee. Werken onder dat tarief mag. Het rechtsvermoeden maakt het alleen makkelijker om de arbeidsrelatie juridisch te laten toetsen.

Geldt de wet ook voor bestaande contracten? Ja. Er is geen overgangsrecht, dus vanaf de inwerkingtreding gelden de regels ook voor lopende overeenkomsten.

Wij houden je via deze pagina op de hoogte van eventuele ontwikkelingen.

Bekijk hier alle 500+ openstaande opdrachten bij de overheid (ZZP & deta) en reageer direct!

Wij houden je ook op de hoogte via onze nieuwsbrief en LinkedIn pagina.

De informatie in deze blog is met zorg samengesteld, maar uitsluitend bedoeld voor algemene informatiedoeleinden. Aan de inhoud kunnen geen rechten worden ontleend. Raadpleeg voor de meest actuele en officiële informatie de websites van de overheid en de Belastingdienst. De auteur is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden, onvolledigheden of gevolgen van het gebruik van deze informatie. Neem bij twijfel of specifieke vragen contact op met een deskundige of de desbetreffende instantie.

Vind jouw nieuwe opdracht binnen onze 500+ openstaande opdrachten

Ik zoek naar een opdracht in

Nieuws

Het laatste nieuws

Opdrachten

Recente opdrachten