Hoe werkt een broodfonds?
Een broodfonds is een collectief van zelfstandige ondernemers die elkaar financieel ondersteunen bij ziekte of tijdelijk verlies van inkomen. Het principe is simpel: elke deelnemer stort maandelijks een bepaald bedrag in het fonds. Wanneer een lid ziek wordt, ontvangt deze een maandelijkse uitkering uit het gezamenlijke potje, vaak voor maximaal twee jaar. Gemiddeld ontvangt ~2% van de leden een uitkering.
Het bedrag dat je bij ziekte ontvangt hangt af van de inleg en het aantal deelnemers in het fonds, maar gemiddeld ligt dit rond enkele duizenden euro’s per maand netto. Vaak kun je bij de start van de deelname kiezen wat de hoogte van dit bedrag is. Omdat een broodfonds geen formele verzekering is, is er geen verzekeraar betrokken. Dit betekent dat er geen standaardpolisvoorwaarden zijn, en er meestal geen wachttijden of technische eindleeftijden gelden zoals bij een AOV.
De uitkering vanuit een broodfonds wordt netto ontvangen, omdat het bestaat uit kleine schenkingen van alle deelnemers samen. In Nederland mag je jaarlijks een bepaald bedrag belastingvrij aan één persoon schenken; in 2025 is dit € 2.690. Bij een broodfonds ontvang je afhankelijk van je gekozen vangnet bijvoorbeeld € 1.000, € 2.000, € 3.000, € 4.000 of € 5.000 per maand. Deze bedragen worden echter opgedeeld in kleine bijdragen van alle deelnemers, niet van één persoon. Daardoor blijf je ruimschoots onder het belastingvrije schenkingsbedrag en hoef je geen schenkingsbelasting te betalen.
Broodfonds versus verplichte AOV
Met de komst van de verplichte AOV voor zzp’ers vanaf 2027 rijst de vraag of een broodfonds hier als alternatief kan dienen. Het korte antwoord is: nee.
De verplichte AOV kent duidelijke voorwaarden voor bestaande verzekeringen om onder de overgangsregeling te vallen:
- De verzekering moet het risico op langdurige arbeidsongeschiktheid dekken, met een technische eindleeftijd van minimaal 55 jaar.
- De wachttijd mag maximaal 2 jaar zijn.
- De verzekering moet dekking bieden bij een verlies van verdiencapaciteit van minimaal 25%.
Een broodfonds voldoet hier niet aan. Het biedt geen formele verzekering, en de uitkeringen zijn vaak beperkt tot maximaal twee jaar, waardoor de technische eindleeftijd van 55 jaar niet wordt gehaald. Ook de dekking bij langdurige arbeidsongeschiktheid is beperkt en niet gegarandeerd.
Broodfonds in combinatie met een AOV
Hoewel een broodfonds geen vervanging is voor een AOV, kan het wél een slimme aanvulling zijn. Je kunt bijvoorbeeld een AOV afsluiten met een wachttijd van 2 jaar (welke voldoet aan de overgangsregeling voor de verplichte AOV) en het broodfonds met uitkering van 2 jaar te gebruiken om deze wachttijd te overbruggen. Dit verlaagt de premie van de AOV en zorgt er voor dat je vanaf dag één een inkomensdekking hebt bij ziekte.
Conclusie
Een broodfonds kan een waardevol middel zijn voor zzp’ers om inkomenszekerheid te vergroten bij ziekte. Het is echter géén vervanging voor de verplichte AOV en valt niet onder de overgangsregeling voor bestaande AOV-verzekeringen. Voor volledige bescherming tegen langdurige arbeidsongeschiktheid blijft een AOV noodzakelijk. Het combineren van een broodfonds met een AOV kan wél financieel en praktisch voordelig zijn.
Wil je de voordelen/nadelen van zelf afsluiten of wachten vergelijken? Lees hier verder:
Wachten op de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ZZP-ers of zelf afsluiten?
Meer weten over de verplichte AOV? Lees hier verder:
Alles wat je over de Verplichte AOV vanaf 2027 moet weten
Wij houden je via deze pagina op de hoogte van eventuele ontwikkelingen.
Bekijk hier alle 500+ openstaande opdrachten bij de overheid (ZZP & deta) en reageer direct!
Wij houden je ook op de hoogte via onze nieuwsbrief en LinkedIn pagina.