In het kort: Je gaat als projectleider een toekomstbestendig ontwerp ontwikkelen voor landelijke regie en lokale uitvoering rond verward/onbegrepen gedrag, bestuurlijke en politieke besluitvorming voorbereiden en concrete verbeteringen in de praktijk realiseren.
Titel
Projectleider Prio 3
Organisatie
Ministerie van BZK
Uitvoeringsorganisatie/subonderdeel
DGOBDR – Directie BFR – Programma Brede Aanpak Verward/Onbegrepen Gedrag
Achtergrond
Binnen de Brede Aanpak Verward/Onbegrepen Gedrag werken meerdere ministeries samen aan vier prioritaire knelpunten. Deze opdracht richt zich op prioriteit 3: landelijke regie en lokale uitwerking. De focus ligt op het creëren van meer duidelijkheid in rollen, verantwoordelijkheden en regievoering binnen de aanpak van personen met verward en/of onbegrepen gedrag. De opdracht vindt plaats in een complexe bestuurlijke en maatschappelijke omgeving met betrokkenheid van rijksoverheid, gemeenten, zorg- en veiligheidspartners en maatschappelijke organisaties.
Organisatie / afdeling
De opdracht wordt uitgevoerd binnen het Ministerie van BZK, DGOBDR, Directie BFR, Programma Brede Aanpak Verward/Onbegrepen Gedrag. Het programmateam bestaat uit departementale coördinatoren, projectleiders per prioriteit en een programmasecretariaat onder leiding van een programmamanager.
Project
Landelijke regie/lokale uitwerking (prioriteit 3 binnen de brede aanpak verward/onbegrepen Gedrag)
De druk op concrete en duurzame oplossingen voor personen met verward en/of onbegrepen gedrag neemt steeds verder toe. De Kamer wil van proces naar actie. Ook de veldpartijen (politie, woningcorporaties, gemeenten, zorgprofessionals, maatschappelijke organisaties) voeren de druk op en vragen om landelijke regie. Het kabinet heeft zichzelf in de Kamerbrief van 11 december 2025 opdracht gegeven op vier prioritaire knelpunten landelijk regie op oplossingen te nemen, t.w.: Prio 1: Woonzorgplekken; Prio 2: Gegevensdeling; Prio 3: Landelijke regie/lokale uitwerking en Prio 4: Structurele en betrouwbare financiering.
Vanuit een interdepartementale programmastructuur onder procesregie van BZK werken VWS, JenV, VRO, BZK en SZW samen aan deze opgaves. Het programmateam is samengesteld met coördinatoren per departement, projectleiders op de prioriteiten en een programmasecretariaat, allen aangestuurd onder een programmamanager. Het opdrachtgeverschap is belegd bij een interdepartementaal directeurenoverleg met een programmadirecteur vanuit BZK als eindverantwoordelijke en aanspreekpunt voor het veld. De escalatie en mandaat voor domeinoverstijgende doorbraken is op DG-niveau belegd. Een keer per jaar is een bewindspersonenoverleg en een bestuurlijk overleg met het veld. Daarnaast is er een halfjaarlijkse verantwoordingscyclus met de Tweede Kamer.
Met het deelproject prio 3 worden de volgende resultaten beoogd: duidelijkheid in rollen en verantwoordelijkheden bij acuut en langdurige regie en uniformering, met als doel efficiëntie en betere landelijke verbindingen. Onder ‘opdrachtomschrijving’ staan de beoogde resultaten verder uitgelicht. De Kamer heeft in het laatste debat (9 april) aangedrongen op snellere en concretere stappen. Dit betekent een stand van zakenbrief op de prioriteiten rond de zomer en een voorstel voor oplossingsrichtingen voor het einde van dit jaar, met daarin naar verwachting ook politieke keuzes op stelselniveau. Na deze ‘ontwerpfase’ zullen fases van uitwerking (2027), implementatie (2028) in monitoring/bijsturing volgen (2029).
De ambitie is fors, realisatie daarvan vanuit inhoud en context zeer complex. De komende jaren moeten de betrokken departementen en het veld vanuit het perspectief van de opdracht, de vier prioriteiten met elkaar tot de gewenste versterking van de aanpak komen.
Opdrachtomschrijving
De huidige inrichting van de aanpak verward en onbegrepen gedrag is over de afgelopen jaren gegroeid en ontwikkeld, mede met een impuls vanuit ZONMW/Actieprogramma Grip op Onbegrip (AGO).
Elke regio, gemeente, samenwerkingsverband heeft zijn eigen structuur en pilots en projecten die samen de aanpak voor personen met verward gedrag vormen. Veel zaken zijn (nog) niet goed in het stelsel geregeld en de randvoorwaarden voor een structurele verbetering zijn nog niet op orde. Rollen en bevoegdheden zijn onduidelijk, regio-indelingen versnipperd, en het handelingsperspectief is niet voldoende passend.
De projectleider voor prioriteit 3 krijgt de volgende opdracht:
– Komen tot een ontwerp van een landschap met duidelijkere kaders waarbinnen de aanpak van personen met verward gedrag met regionaal en lokaal maatwerk ingekleurd kan worden.
In dat ontwerp horen de volgende elementen terug te komen:
– Schaalniveau en regio-indeling
– Rollen, bevoegdheden van de burgemeester (ook i.r.t. bemoeizorg en dwang en drang)
– Rollen, bevoegdheden van de gemeente en het zorg en veiligheidshuis en de stuurgroepen zorg en veiligheid
– Basiselementen waar de aanpak van verward gedrag uit moet bestaan, gebaseerd op de kennis uit BE-grip, de evaluatie van AGO
– Het voorbereiden van de bestuurlijke, politieke en besluitvormende processen om tot een gedragen voorstel te komen met de praktijk, medeoverheden en politiek.
– Het realiseren van korte termijn resultaten die de huidige praktijk al kunnen ondersteunen. Denk aan werkende voorbeelden (laten) verspreiden (bv PGA, AVE) en huidige organisaties meer handelingsbekwaam maken (bv middels handreikingen en bijeenkomsten). En ook in het meedenken op lopende wetsvoorstellen die hieraan kunnen bijdragen (bv. De Wvggz, opvolging IBO-ggz, opvolging houdbaarheidsonderzoek Wmo, AZWA/IZA afspraken, WAMS, enz.)
Bovenstaande moet worden uitgevoerd in samenhang met de andere prioriteiten van de Brede Aanpak Verward onbegrepen gedrag en ook in samenhang met het programma Veilig Voorop/ Crisis Interventie Teams.
Rol
De projectleider ontwikkelt een toekomstbestendig ontwerp voor landelijke regie en lokale uitvoering binnen de aanpak van verward/onbegrepen gedrag. Daarbij wordt gestuurd op bestuurlijke afstemming, politieke besluitvorming, landelijke verbinding en concrete resultaten voor de praktijk.
Belangrijkste verantwoordelijkheden
– Ontwikkelen van een ontwerp voor een landschap met duidelijke kaders voor regionale en lokale uitvoering.
– Uitwerken van schaalniveau en regio-indeling binnen de aanpak.
– Uitwerken van rollen en bevoegdheden van de burgemeester in relatie tot bemoeizorg, dwang en drang.
– Uitwerken van rollen en bevoegdheden van gemeenten, zorg- en veiligheidshuizen en stuurgroepen zorg en veiligheid.
– Vaststellen van basiselementen voor de aanpak van verward gedrag op basis van bestaande kennis en evaluaties.
– Voorbereiden van bestuurlijke, politieke en besluitvormende trajecten.
– Realiseren van kortetermijnresultaten ter ondersteuning van de huidige praktijk.
– Verspreiden van werkende voorbeelden en goede praktijken.
– Versterken van handelingsbekwaamheid van betrokken organisaties via handreikingen en bijeenkomsten.
– Meedenken over relevante wet- en regelgeving en beleidsontwikkelingen.
– Borgen van samenhang met de overige prioriteiten binnen de Brede Aanpak Verward/Onbegrepen Gedrag.
– Afstemmen met het programma Veilig Voorop/Crisis Interventie Teams.
Werklocatie
Turfmarkt, Den Haag, diverse locaties in het land, alsmede hybride
– Bij het voorstellen: in pdf. Géén foto. Géén persoonsgegevens zoals (mail)adres, telefoonnummer, nationaliteit of LinkedIn. Géén leveranciersgegevens (enkel de bedrijfsnaam en logo mogen zichtbaar zijn op het format).
– Kandidaat beschikt over WO werk- en denkniveau
– Kandidaat beschikt over minimaal 5 jaar werkervaring en kennis van en netwerk in het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag
– Kandidaat heeft minimaal 5 jaar werkervaring in het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag
– Kandidaat heeft WO werk- en denkniveau.
– Kandidaat heeft minimaal 5 jaar werkervaring en kennis van het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag.
– Kandidaat heeft minimaal 5 jaar werkervaring en een netwerk in het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag.
– Kandidaat heeft minimaal 5 jaar werkervaring in het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag.
– Mate waarin de kandidaat resultaten heeft bereikt in het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag (Maximaal 250 punten.)
– Mate waarin de kandidaat ervaring heeft als projectleider in het (interbestuurlijke) lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag (Maximaal 300 punten.)
– Mate waarin kandidaat beschikt over de gevraagde competenties en vaardigheden (toetsbaar in CV, motivatie en/of mogelijk gesprek). (Maximaal 300 punten.)
– Mate van ervaring en/of affiniteit met de organisatie van de opdrachtgever. (Maximaal 100 punten.)
– Score op prijs = max (0,min (MS,MS _ (BGp−Ap) / (BGp−OGp)))_ (Maximaal 50 punten.)
– Kandidaat heeft aantoonbare resultaten bereikt in het lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag.
– Kandidaat heeft ervaring als projectleider in het interbestuurlijke lokale en regionale veld van verward/onbegrepen gedrag.
– Kandidaat heeft aantoonbaar de gevraagde competenties en vaardigheden.
– Kandidaat heeft ervaring en/of affiniteit met de organisatie van de opdrachtgever.
Competenties
– Kandidaat heeft een samenwerkingsgerichte werkstijl.
– Kandidaat heeft een resultaatgerichte werkhouding.
– Kandidaat heeft ervaring met werken in teamverband.
– Kandidaat heeft het vermogen om zelfstandig te opereren.
– Kandidaat heeft het vermogen om stakeholders te inspireren en aan te jagen.
– Kandidaat heeft ervaring met het opstellen van projectplannen.
– Kandidaat heeft ervaring met het realiseren van projectplannen.
– Samenwerkings- en resultaatgericht
– Goede teamspeler én zelfstandig
– Inspireren en aanjagen
– Opstellen en realiseren van projectplan