In het kort: Je gaat als strategisch adviseur en projectleider de VNG-inzet op proactieve dienstverlening vormgeven, gemeenten en ketenpartners verbinden, use cases en pilots sturen en overdraagbare producten en rapportages over bestaanszekerheid opleveren.
Tijdelijke opdracht: Senior Strategisch Adviseur Bestaanszekerheid met focus op Proactieve Dienstverlening
(Opdrachtnummer; 26.157)
Graag nodigen wij u uit om een offerte uit te brengen voor de opdracht van Senior Strategisch Adviseur Bestaanszekerheid met focus op Proactieve Dienstverlening. Het betreft een tijdelijke opdracht op basis van inhuur (via een bureau, of detachering vanuit een andere organisatie).
Let op: De aard en uitvoering van de opdracht maakt dat er geen sprake kan zijn van een overeenkomst van opdracht. Inschrijvingen als zelfstandige neemt de VNG daarom niet in behandeling.
Specifieke gegevens opdracht
Plaats tewerkstelling Den Haag, Hybride
Uitvraag
Dit betreft een nieuwe aanvraag
De opdrachtnemer dient zelf te beschikken over laptop en telefoon om de werkzaamheden uit te voeren.
1. Specificatie
1.1 Over VNG Realisatie
Het is de missie van het team implementatie – en uitvoeringsondersteuning in de domeinen (IUD) om gemeenten te ondersteunen en te faciliteren bij de implementatie van (nieuwe) wetgeving in hun uitvoeringsprocessen. Dit gebeurt onder andere in grote veranderprogramma’s, zoals op het gebied van bestaanszekerheid en schuldhulpverlening. Ook wordt structurele(re) uitvoeringsondersteuning in de domeinen vormgegeven, als opvolging op of naast de implementatieondersteuning. Tot slot wordt in dit team de regie op ke tensamenwerking gericht op de uitvoering met andere overheidsorganisaties vormgegeven. Hiervoor heeft dit team structureel contact met de gemeentelijke uitvoeringsnetwerken, zodat het specialistische kennis en expertise opbouwt en onderhoudt en een stevige verbinding met de gemeentelijke netwerken inricht.
1.3 Over de opgave Bestaanszekerheid en proactieve dienstverlening
Binnen VNG Realisatie wordt vanuit de brede opgave Bestaanszekerheid gewerkt aan het versterken van de positie van inwoners en aan een gemeentelijke uitvoering waarin inwoners tijdig, begrijpelijk en passend worden ondersteund. Daarbij bestaat een sterke s amenhang tussen inkomensondersteuning, participatie, werk, schulden en gemeentelijke dienstverlening. Een belangrijk vraagstuk binnen deze opgave is het niet -gebruik van voorzieningen. Inwoners maken niet altijd gebruik van regelingen en ondersteuning waarop zij mogelijk recht hebben. Oorzaken liggen onder meer in onbekendheid met voorzieningen, complexite it van regelgeving en aanvraagprocessen, handelingsdrempels en de wijze waarop de overheid haar dienstverlening heeft ingericht. Proactieve dienstverlening richt zich op de beweging waarbij de overheid, binnen de geldende publieke en juridische kaders, nie t uitsluitend wacht tot een inwoner zelf een aanvraag doet, maar onderzoekt hoe inwoners eerder kunnen worden bereikt, geïnformeerd en ondersteund.
Over het project Proactieve Dienstverlening
Het ministerie van SZW heeft bij beschikking van 9 juli 2026 (subsidienummer 2025 -0000045417) aan de VNG een subsidie verleend van ten hoogste € 1,2 miljoen voor de periode 1 december 2025 tot en met 31 december 2028. De beschikking beperkt de gehonoreerde activiteiten tot activiteit 3.1 uit het Meerjarenplan implementatie wet proactieve dienstverlening: het coördineren en ondersteunen van lokale experimenten gegevensdeling. Deze inzet richt zich op vier regelingen:
– ambtshalve toekenning van de individuele inkomenstoeslag (IIT);
– schuldhulpverlening;
– AIO-kwijtschelding van gemeentelijke belastingen;
– gemeentelijke minimaregelingen.
Deze activiteit vormt de eerste, verkennende fase van de bredere implementatie van proactieve dienstverlening. Elke zes maanden vindt een ijkmoment plaats waarop SZW, op basis van de tot dan toe opgeleverde resultaten, beoordeelt of aanvullend budget wordt toegekend voor de overige activiteiten uit het Meerjarenplan. De overige activiteiten – waaronder methoden voor het informeren, bereiken en benaderen van inwoners, digitale en fysieke dienstverlening, kennisuitwisseling, opschaling, monitoring en handhaving – zijn nog niet toegekend en zijn mede afhankelijk van de uitkomsten van de verkenning en vervolgopdracht van BIDN en BKWI en van de implementatie door UWV en SVB. Tegelijk is het wetsvoorstel proactieve dienstverlening nog in parlementaire behandeling en werken BIDN en BKWI in de tweede helft van 2026 een aantal landelijke use cases, een ketenstartarchitectuur en een proof of concept uit. Dat maakt 2026 vooral een v oorbereidings- en leerjaar en vraagt om een scherpe afbakening tussen voorbereiden, beproeven en daadwerkelijk uitvoeren. Feitelijke gegevensuitwisseling en pilots starten alleen wanneer de wettelijke, financiële en technische randvoorwaarden dit toelaten.
De VNG-inzet binnen activiteit 3.1 is georganiseerd in vijf werkstromen. Alle vijf werkstromen zijn dienend aan het coördineren en ondersteunen van lokale experimenten gegevensdeling. Binnen deze opdracht worden geen activiteiten uitgevoerd die behoren tot de nog niet toegekende onderdelen van het Meerjarenplan.
– Werkstroom 1 – Ketenafstemming en governance: aansluiten op de relevante werk – en afstemmingsgroepen van BIDN/BKWI, UWV, SVB en SZW en gemeentelijke uitvoeringsvragen tijdig inbrengen.
– Werkstroom 2 – Use cases en pilotvoorbereiding: prioriteren, uitwerken en pilot-ready maken van use cases, met expliciete go/no-go-momenten.
– Werkstroom 3 – Lerend netwerk van deelnemende gemeenten: intervisie en gezamenlijke leerbijeenkomsten van de gemeenten die aan de lokale experimenten deelnemen, gericht op het inrichten en beproeven van de gegevensdeling.
– Werkstroom 4 – Impactanalyse en overdraagbare producten: impactkader, analyses, factsheets, handreikingen en tooling.
– Werkstroom 5 – Leveranciersbetrokkenheid en informatiekundige aansluiting: leveranciers van gemeentelijke systemen vroegtijdig betrekken bij de technische haalbaarheid van de experimenten, zodat de uitkomsten aansluiten op bestaande standaarden en herbruik baar zijn.
1.4 Werkzaamheden en verantwoordelijkheden
De Senior Strategisch Adviseur Bestaanszekerheid met focus op Proactieve Dienstverlening is de inhoudelijke en strategische spil binnen de inzet van VNG Realisatie op proactieve dienstverlening en tevens projectleider van het project Proactieve Dienstverlening, met nadrukkelijke verbinding naar de bredere opgave Bestaanszekerheid (inkomensondersteuning, Participatiewet, Werk & Inkomen, schuldendomein). Opdrachtgever voor deze opdracht is de programmaregisseur Bestaanszekerheid van VNG Realisatie. De adviseur stuurt het project inhoudelijk en operationeel aan en bereidt de koers, prioriteiten en besluitpunten voor. Besluitvorming over de koers en over de inzet richting SZW, VNG-bestuur en gemeenten verloopt via de programmaregisseur; de adviseur adviseert daarover en geeft uitvoering aan de vastgestelde lijn.
Strategische advisering
– Geeft strategisch en inhoudelijk advies over proactieve dienstverlening en bereidt de inhoudelijke koers en prioriteiten van VNG Realisatie op dit thema voor ter vaststelling door de programmaregisseur, en bewaakt de uitvoering daarvan.
– Vertaalt landelijke ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, beleid, gegevensdeling en dienstverlening naar consequenties en handelingsperspectief voor gemeenten.
– Signaleert strategische kansen, risico’s en knelpunten en levert adviezen, annotaties en besluitpunten aan de programmaregisseur en, via hem, aan MT/directie.
Projectleiding en verantwoording
– Is verantwoordelijk voor de dagelijkse projectsturing: planning, prioriteiten, inzet van het team, budget, risico- en issuemanagement.
– Stuurt betrokken professionals (onderzoek, PMO, procesbegeleiding/communitymanagement, leveranciersmanagement, businessanalyse, informatiekundige advisering, communicatie) inhoudelijk aan, zonder formele hiërarchische verantwoordelijkheid.
– Levert de inhoudelijke bouwstenen voor de halfjaarlijkse voortgangsrapportage aan SZW en bereidt tussentijdse meldingen aan SZW inhoudelijk voor.
– Bewaakt actief de scope- en financieringsgrenzen van de opdracht (o.a. t.o.v. P-wet in balans en NPLV), zodat dubbele financiering wordt voorkomen en de subsidieverantwoording controleerbaar blijft.
Use cases, pilots en impact
– Geeft richting aan selectie, prioritering en uitwerking van kansrijke use cases, beoordeeld vanuit een samenhangend kader (maatschappelijke waarde, inwonersperspectief, juridische grondslag, gegevenskwaliteit, uitvoerbaarheid, kosten en schaalbaarheid).
– Bewaakt het pilotkader en de go/no-go-momenten voor feitelijke beproeving, in afstemming met SZW en ketenpartners.
– Zorgt dat ervaringen uit gemeenten en pilots worden vertaald naar generieke, overdraagbare inzichten en producten.
Netwerk, keten en verbinding beleid–uitvoering
– Verbindt de gemeentelijke uitvoeringspraktijk met de landelijke ketenontwikkeling (o.a. BIDN, BKWI, UWV, SVB) en zorgt dat het gemeentelijke perspectief herkenbaar terugkomt in requirements en architectuurkeuzes.
– Onderhoudt regelmatige afstemming met VNG Beleid en betrekt softwareleveranciers bij generieke afspraken en standaarden in plaats van unieke oplossingen per gemeente.
1.5 Resultaat van de opdracht
De opdracht draagt bij aan de onderstaande beoogde projectresultaten. Deze resultaten komen tot stand in samenwerking met gemeenten, ketenpartners en SZW en zijn mede afhankelijk van wetgeving, financiering en ketenontwikkeling; van de opdrachtnemer wordt een aantoonbare, hierop gerichte inspanning verwacht.
Aan het einde van de opdracht zijn:
– de strategische koers voor proactieve dienstverlening vastgelegd en de doelstellingen uit het plan van aanpak gerealiseerd of aantoonbaar in uitvoering;
– minimaal twee afgeronde gemeentelijke use-case dossiers (elk met minimaal vier gemeenten) en gemeentelijke requirements herleidbaar ingebracht in landelijke producten;
– een pilot- en impactkader met duidelijke randvoorwaarden en go/no-go-criteria beschikbaar;
– de in het werkplan afgesproken gemeentelijke leer- en kennisbijeenkomsten gerealiseerd;
– juridische, informatiekundige en uitvoeringskundige knelpunten aantoonbaar vastgelegd, geadresseerd en waar mogelijk opgelost;
– de afgesproken overdraagbare producten, zoals factsheets, handreikingen en tooling, opgeleverd;
– de halfjaarlijkse voortgangsrapportages aan SZW en het geactualiseerde werkplan voor het volgende jaar tijdig aangeleverd.
– De kandidaat beschikt over een afgeronde hbo‑opleiding.
– Minimaal 7 jaar aantoonbare werkervaring als senior adviseur, strategisch adviseur, projectleider of programmamanager binnen het publieke domein.
– De kandidaat heeft minimaal 3 jaar aantoonbare ervaring met strategisch adviseren binnen een politiek-bestuurlijke omgeving (bijv. gemeenten, Rijk, uitvoeringsorganisaties of koepelorganisaties), gericht op gemeentelijke uitvoeringsvraagstukken binnen het sociaal domein, Werk & Inkomen of bredere bestaanszekerheidsvraagstukken.
– De kandidaat heeft minimaal 3 jaar aantoonbare ervaring met het leiden van projecten waarbij meerdere stakeholders betrokken zijn, zoals gemeenten, Rijk en/of uitvoeringsorganisaties, inclusief sturing op planning, voortgang, resultaten en risico’s.
– De kandidaat heeft aantoonbare ervaring, blijkend uit minimaal twee referentieprojecten, met implementatie- of uitvoeringsondersteuning richting gemeenten binnen het sociaal domein, Werk & Inkomen of bestaanszekerheid, waarbij ten minste één referentieproject betrekking heeft op gegevensdeling of gegevensuitwisseling tussen overheidsorganisaties.
– Geef aan hoeveel jaren aantoonbare werkervaring de kandidaat heeft met vraagstukken rond proactieve dienstverlening, niet- gebruik van voorzieningen, ambtshalve toekenning en/of het vereenvoudigen van de toegang tot inkomensondersteuning. Aantoonbaar in cv. Tussen 0 en 1 jaar ervaring = 0 punten. Tussen 1 en 3 jaar ervaring = 10 punten. Tussen 3 en 5 jaar ervaring = 15 punten. Meer dan 5 jaar ervaring = 20 punten.
– Geef aan in hoeveel referentieprojecten de kandidaat aantoonbare ervaring heeft met gegevensdeling of gegevensuitwisseling tussen overheidsorganisaties, waarbij ook juridische en/of informatiekundige randvoorwaarden onderdeel van de opdracht waren. Aantoonbaar in cv. 0 referenties = 0 punten. 1 referentie = 8 punten. 2 referenties = 12 punten. 3 of meer referenties = 20 punten.
– Geef aan in hoeveel referentieprojecten de kandidaat als projectleider aantoonbaar meerdere professionals inhoudelijk heeft aangestuurd en regie heeft gevoerd op een veranderopgave met gemeenten, Rijk en/of uitvoeringsorganisaties, zonder formele hiërarchische verantwoordelijkheid. Aantoonbaar in cv. 0 referenties = 0 punten. 1 referentie = 6 punten. 2 referenties = 10 punten. 3 of meer referenties = 15 punten.
– Geef aan in hoeveel referentieprojecten de kandidaat gemeentelijke uitvoeringsvraagstukken aantoonbaar heeft vertaald naar landelijke beleidsontwikkeling, ketenafspraken of landelijke voorzieningen, en hierover strategische adviezen, annotaties of beslisnotities heeft opgesteld. Aantoonbaar in cv. 0 referenties = 0 punten. 1 referentie = 6 punten. 2 referenties = 10 punten. 3 of meer referenties = 15 punten.
– Geef aan op hoeveel van de volgende onderdelen van bestaanszekerheid de kandidaat aantoonbare werkervaring heeft: Participatiewet/Werk & Inkomen, inkomensondersteuning en minimaregelingen, schuldhulpverlening, armoede/bestaanszekerheid en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Ieder onderdeel moet afzonderlijk herleidbaar zijn uit het cv. Aantoonbaar in cv. 0 of 1 onderdeel = 0 punten. 2 onderdelen = 5 punten. 3 of meer onderdelen = 10 punten.
Competenties
– Resultaatgerichtheid
– Klantgerichtheid
– Omgevingsbewustzijn
– Samenwerken
– Integriteit
– Zelfontwikkeling
– Politiek-bestuurlijke sensitiviteit
– Strategisch en analytisch vermogen
– Analyseren en oordeelsvorming
– Regie voeren zonder formele hiërarchie
– Overtuigingskracht en beïnvloeden
– Plannen en organiseren
– Netwerken en verbinden
– Schakelen tussen beleid, uitvoering en informatievoorziening
– Schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaardigheid (annotaties, adviezen, communicatie naar gemeenten)